ECLI:NL:RBDHA:2021:16052
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging verblijfsvergunning wegens ontbreken tijdige vacaturemelding
Eiser, houder van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking 'arbeid in loondienst', verzocht om verlenging van zijn vergunning. De aanvraag werd afgewezen omdat hij niet had voldaan aan de verplichting om drie weken voorafgaand aan de aanvraag een vacaturemelding te doen, zoals vereist in artikel 3.31 van het Vreemdelingenbesluit 2000 en artikel 8 van Pro de Wet arbeid vreemdelingen.
Eiser betoogde dat hij het gebrek had hersteld door de vacaturemelding alsnog te doen na de aanvraag en dat hij mocht vertrouwen op informatie van de IND dat deze melding niet verplicht was bij verlengingsaanvragen. Tevens stelde hij dat de hoorplicht was geschonden. De rechtbank oordeelde echter dat het gebrek niet hersteld kon worden na de aanvraag en dat de hoorplicht niet was geschonden omdat het bezwaar geen aanleiding gaf tot een ander besluit.
De rechtbank concludeerde dat eiser niet voldeed aan de voorwaarden voor verlenging en verklaarde het beroep ongegrond. De afwijzing leidde tot een verblijfsgat, maar eiser had later alsnog een verblijfsvergunning verkregen na een nieuwe aanvraag. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verlenging van de verblijfsvergunning is ongegrond verklaard vanwege het niet tijdig melden van de vacature.