ECLI:NL:RBDHA:2021:16041
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 10 juni 2021 waarin de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid zijn asielaanvraag niet in behandeling nam, omdat Denemarken verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. De rechtbank behandelde het beroep op 6 juli 2021, waar eiser en zijn gemachtigde niet verschenen.
Eiser voerde meerdere beroepsgronden aan, waaronder een motiveringsgebrek, onzorgvuldigheid door late toezending van het claimakkoord, het niet verlenen van een extra termijn voor reactie, en de onjuistheid van toepassing van de Dublinverordening vanwege eerdere inreis- en terugkeerbesluiten. De rechtbank verwierp al deze gronden, stellende dat verweerder voldoende had gemotiveerd en dat de eerdere besluiten waren ingetrokken.
De rechtbank oordeelde dat Denemarken terecht verantwoordelijk is voor de asielaanvraag, mede vanwege het claimakkoord van 6 mei 2021. Er was geen aanleiding om te twijfelen aan de overdracht van verantwoordelijkheid. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.