ECLI:NL:RBDHA:2021:16032
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning machtiging voorlopig verblijf aan minderjarige Eritrese dochter bij vader na aantonen biologische band en overlijden moeder
Eiseres, een minderjarige uit Eritrea, vroeg een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan om bij haar vader in Nederland te verblijven. De aanvraag werd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen omdat eiseres volgens verweerder niet had aangetoond dat zij het biologische kind was van de referent, noch dat het overlijden van haar moeder was vastgesteld. Tevens ontbraken officiële documenten zoals een overlijdensakte en identiteitsbewijs.
Na het bestreden besluit liet eiseres DNA-onderzoek uitvoeren waaruit bleek dat de referent haar biologische vader is. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met indicatieve bewijzen zoals kerkelijke registratie, foto van het graf en verklaringen, en dat verweerder ten onrechte eiseres niet had gehoord in de bezwaarprocedure. Tevens moest verweerder rekening houden met nieuwe ambtsberichten die het bewijsvereiste versoepelen.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en gaf verweerder acht weken om een nieuw besluit te nemen waarbij de nieuwe omstandigheden en het recht op een hoorzitting worden betrokken. Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met opdracht tot heroverweging binnen acht weken.