ECLI:NL:RBDHA:2021:15914
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure na niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet-ontvankelijk werd verklaard bij besluit van 9 september 2020. Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De behandeling van het verzoek tot voorlopige voorziening kende meerdere aanhoudingen, onder meer vanwege ziekte van de gemachtigde van verzoekster en de noodzaak van een contra-expertise van een huwelijksakte. Uiteindelijk vond de zitting plaats op 26 mei 2021 via een Skype-verbinding, waarbij beide partijen zich lieten vertegenwoordigen.
Gezien de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL20.16987) op dezelfde dag, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op dezelfde dag in de hoofdzaak uitspraak is gedaan.