ECLI:NL:RBDHA:2021:15889
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak
Verzoekster heeft een aanvraag voor een asielvergunning voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 12 maart 2021 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De zitting vond plaats op 8 april 2021, waarbij verzoekster werd bijgestaan door haar gemachtigde en een tolk aanwezig was. De staatssecretaris werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Op de dag van de uitspraak heeft de rechtbank uitspraak gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL21.4143), waardoor de noodzaak voor een voorlopige voorziening verviel.
De voorzieningenrechter besloot daarom het verzoek om voorlopige voorziening af te wijzen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is openbaar gedaan en er staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.