ECLI:NL:RBDHA:2021:15846
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening.
Eiser stelde dat hij niet serieus genomen wordt door Duitse autoriteiten, dat Duitsland de Opvangrichtlijn niet naleeft, dat hij geen recht heeft op kosteloze rechtsbijstand, en dat hij mishandeld is tijdens detentie. Hij verwees naar AIDA-rapporten en stelde dat zijn terugkeer indirect refoulement zou betekenen.
De rechtbank overweegt dat verweerder mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat dit in zijn geval niet opgaat. De AIDA-rapporten tonen geen structurele gebreken die het vertrouwen in Duitsland ondermijnen. Eiser heeft ook geen bewijs geleverd van mishandeling of onrechtmatigheden die niet bij Duitse autoriteiten kunnen worden aangeklaagd.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en dat de asielaanvraag terecht niet in behandeling is genomen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.