ECLI:NL:RBDHA:2021:15791

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 april 2021
Publicatiedatum
25 februari 2022
Zaaknummer
20/7474
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 Vreemdelingenwet 2000Art. 8:83 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit gemeenschapsonderdaan

Verzoekster, een Nigeriaanse gemeenschapsonderdaan, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsdocument op grond van artikel 9, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Deze aanvraag werd op 30 april 2020 afgewezen door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd bij besluit van 18 september 2020 ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit stelde verzoekster beroep in bij de rechtbank. Zij verzocht tevens om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen totdat op het beroep was beslist. De rechtbank wees het beroep in de hoofdzaak af, waardoor er geen grond meer was voor het treffen van de voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter besloot het verzoek om voorlopige voorziening zonder inhoudelijke behandeling af te wijzen op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Tevens werd verzoekster vrijgesteld van het griffierecht vanwege haar financiële situatie. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen uitzetting wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 20/7474

uitspraak van de voorzieningenrechter van 1 april 2021 in de zaak tussen

[verzoekster] , geboren op [geboortedatum] 1989, van Nigeriaanse nationaliteit,verzoekster
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. J.A. Pieters),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Procesverloop

In het besluit van 30 april 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster tot afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, waaruit het rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen. Verzoekster heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt.
Bij besluit van 18 september 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard. Hiertegen heeft zij beroep ingesteld.
Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat uitzetting achterwege blijft totdat op het beroep is beslist.

Overwegingen

Bij uitspraak van vandaag (zaaknummer: AWB 20/7473) van de meervoudige kamer van deze rechtbank en zittingsplaats is het hiervoor vermelde, door verzoekster ingestelde beroep ongegrond verklaard. Gegeven deze beslissing in de hoofdzaak is er geen grond meer voor het treffen van de verzochte voorlopige voorziening, zodat het verzoek met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder onderzoek ter zitting zal worden afgewezen.
Verzoekster heeft verder verzocht om vrijstelling van het griffierecht voor zowel de beroepsprocedure als deze voorlopige voorzieningprocedure. De voorzieningenrechter beslist in navolging van de meervoudige kamer in de beroepszaak dat verzoekster ook in deze procedure geen griffierecht is verschuldigd, omdat zij voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij niet over eigen vermogen dan wel inkomsten beschikt waarmee zij het verschuldigde griffierecht kan voldoen.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.E.C. Bakker, griffier. De beslissing is uitgesproken op 1 april 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
De griffier is verhinderd de uitspraakvoorzieningenrechter
mede ter ondertekenen.
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.