ECLI:NL:RBDHA:2021:15791
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit gemeenschapsonderdaan
Verzoekster, een Nigeriaanse gemeenschapsonderdaan, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsdocument op grond van artikel 9, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Deze aanvraag werd op 30 april 2020 afgewezen door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd bij besluit van 18 september 2020 ongegrond verklaard.
Tegen dit besluit stelde verzoekster beroep in bij de rechtbank. Zij verzocht tevens om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen totdat op het beroep was beslist. De rechtbank wees het beroep in de hoofdzaak af, waardoor er geen grond meer was voor het treffen van de voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter besloot het verzoek om voorlopige voorziening zonder inhoudelijke behandeling af te wijzen op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Tevens werd verzoekster vrijgesteld van het griffierecht vanwege haar financiële situatie. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen uitzetting wordt afgewezen.