ECLI:NL:RBDHA:2021:15788
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure
Verzoeker, van Gambiaanse nationaliteit, had een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure ingediend die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid was afgewezen als ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 6 mei 2021, gelijktijdig met de hoofdzaak (zaaknummer NL21.917). Omdat de rechtbank op diezelfde datum uitspraak deed in de hoofdzaak, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 20 mei 2021 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld en uitspraak is gedaan.