ECLI:NL:RBDHA:2021:15778
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure
Verzoeker, van Afghaanse nationaliteit, had een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Deze aanvraag werd bij besluit van 22 maart 2021 afgewezen als kennelijk ongegrond door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 3 mei 2021, gelijktijdig met de hoofdzaak (zaaknummer NL21.4404). Tijdens de zitting was verzoeker aanwezig met zijn gemachtigde en een tolk.
Na beoordeling concludeerde de voorzieningenrechter dat nu de hoofdzaak is beslist, een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk is. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan op 19 mei 2021 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.