ECLI:NL:RBDHA:2021:15751
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens onvoldoende aannemelijkheid van persoonlijke negatieve aandacht in Irak
Eiser, een Iraakse asielzoeker, vordert een verblijfsvergunning op grond van zijn deelname aan demonstraties tegen het regime in Irak, waarbij hij stelt te zijn gearresteerd, gemarteld en beschoten. Hij voert aan dat hij ondanks bedreigingen en een gedwongen verklaring is blijven demonstreren, waarna hij besloot Irak te verlaten.
De Staatssecretaris wees de aanvraag af wegens onvoldoende aannemelijkheid van de persoonlijke negatieve aandacht en onvoldoende onderbouwing van de verklaringen. De rechtbank oordeelt dat de Staatssecretaris de verklaringen van eiser adequaat en afzonderlijk heeft beoordeeld en dat het relaas vaag en summier is. Eiser heeft onvoldoende bewijs geleverd, zoals digitale stukken, die zijn verhaal ondersteunen.
De rechtbank vindt het bovendien bevreemdend dat eiser na aankomst in Nederland zijn demonstratieactiviteiten volledig heeft gestaakt, terwijl deze een wezenlijk onderdeel van zijn identiteit zouden zijn. Het beroep wordt ongegrond verklaard, en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de aanvraag asiel wordt afgewezen.