Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[eiser] , eiser
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluiten van 8 oktober 2019 heeft verweerder de aanvragen van eisers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
Overwegingen
- identiteit, nationaliteit en herkomst;
- de werkzaamheden van eiser als chauffeur voor parlementslid [A] waarbij hij haar kinderen vervoerde;
- de dreiging van IS/Al-Qaida naar aanleiding van zijn werkzaamheden als chauffeur in dienst van parlementslid [A] .
According to our record, [eiser] was registered and recognized as principal applicant of his family’s claim. The basic claim of [eiser] concerned fear of harm in Iraq. He was targeted by armed militias based on his perceived political affiliation because of his work as a driver for a parliamentarian. He received threats and his colleague was killed.
- Eerst heeft eiser verklaard alleen het vermoeden te hebben dat Al Qaida informatie van hem wilde en later dat hij tegen de terreurgroep zou hebben gezegd dat hij geen informatie had, en dat men hem niet geloofde. Het had volgens verweerder voor de hand gelegen als eiser direct had verklaard dat Al Qaida informatie over het parlementslid wilde.
- Het is volgens verweerder ongerijmd dat eiser heeft verklaard dat hij de bedreiging tot aan de dood van zijn collega niet serieus nam omdat hij aanvankelijk dacht dat het om afpersing ging. Eiser heeft alleen verklaard over verzoeken om informatie en niet over verzoeken om geld of chantage zodat deze verklaringen volgens verweerder ongerijmd zijn met elkaar.
- Verweerder heeft het weinig plausibel gevonden dat eiser de bedreigingen eerst niet serieus nam terwijl de veiligheidssituatie in Irak en de dreiging jegens politici rond die tijd ernstig waren.
- Verweerder vindt dat eiser ongerijmd heeft verklaard over de reden om geen politie in te schakelen. Niet plausibel vindt verweerder ook dat eiser nog twee weken door bleef werken terwijl hij net een bomaanslag had overleefd, en de daders hem hadden laten weten dat ze van plan waren hem alsnog te vermoorden, waarbij hij in de veronderstelling verkeerde dat ze zijn adres kenden.
- Eiser weet geen details over de aanslag op zijn collega [B] , die daarbij is omgekomen, terwijl dat wel van hem verwacht kon worden. Hij heeft daarover vaag verklaard evenals over hoe men aan zijn contactgegevens is gekomen.
- Verweerder heeft er op gewezen dat de broer van het parlementslid volgens eisers verklaringen kennelijk passief zou zijn gebleven toen de veiligheid van eiser en de kinderen van zijn zus in gevaar kwam en hem dit ook weinig plausibel voorkomt.
- Verweerder heeft overwogen dat het niet geloofwaardig wordt geacht dat IS/Al Qaida eiser nog steeds zou willen opsporen.