ECLI:NL:RBDHA:2021:15726
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen wegens verantwoordelijkheid van Italië volgens de Dublinverordening.
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen dit besluit en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De zitting vond plaats op 4 mei 2021, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet aanwezig waren. De gemachtigde van de Staatssecretaris was wel aanwezig.
De voorzieningenrechter overwoog dat de hoofdzaak (zaaknummer NL21.5836) reeds is behandeld en beslist, waardoor de voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk is. Om die reden werd het verzoek afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter P.J.M. Mol en griffier T.R. Oosterhoff-Vos op 6 mei 2021. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.