Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer 1]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Senegalese nationaliteit bezittende vreemdeling, werd op 19 april 2021 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder stelde dat er een concreet aanknopingspunt was voor overdracht op basis van de Dublinverordening en een significant risico bestond dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken.
Eiser voerde aan dat er geen risico op onderduiken was en dat hij medewerking wilde verlenen aan zijn overdracht. De rechtbank stelde vast dat eiser in diverse gesprekken had verklaard niet naar Italië te willen terugkeren en geen voorbereidingen had getroffen voor overdracht, wat verweerder rechtvaardigde om de bewaring op te leggen. Ook werd vastgesteld dat eiser Nederland niet op de voorgeschreven wijze was binnengekomen en zich niet beschikbaar hield voor de asielprocedure in Italië.
Daarnaast stelde eiser medische klachten aan de orde, maar de rechtbank vond dat verweerder voldoende had gemotiveerd dat deze klachten niet leidden tot detentieongeschiktheid en dat eiser geen medische gegevens had overgelegd die nader onderzoek vereisten. Ten slotte oordeelde de rechtbank dat de termijn van negen dagen tussen inbewaringstelling en vlucht niet onredelijk was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.