Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
(a) de IND heeft pas op 29 juni 2018 in zijn beleidsregels (WBV 2018/4) opgenomen dat van aanvragers wordt verwacht dat zij hun identiteit en nationaliteit (ondubbelzinnig) aantonen en de aanvraag van eisers is van vóór die datum, dus de IND mag niet van haar verlangen dat zij haar identiteit en nationaliteit (ondubbelzinnig) aantoont;
(b) zij heeft haar identiteit en nationaliteit ondubbelzinnig aangetoond door middel van een nationaliteitsverklaring van de Eritrese ambassade, die door Bureau Documenten echt is bevonden;
(c) zij is gepresenteerd bij de Ethiopische autoriteiten en zij hebben geconcludeerd dat eiseres niet de Ethiopische nationaliteit heeft;
(d) zij is identificeerbaar vanwege de nationaliteitsverklaring, haar W-document, de geboorteaktes van haar dochters, haar verblijf in de centrale opvang en het feit dat de IND haar twee keer uitstel van vertrek heeft verleend op grond van artikel 64 Vw Pro [3] ;
(e) er is sprake van bijzondere omstandigheden waardoor het in strijd is met het Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel als de IND van eiseres verlangt dat zij haar identiteit en nationaliteit ondubbelzinnig aantoont;
(f) de IND had haar moeten horen in bezwaar.