ECLI:NL:RBDHA:2021:15635
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure Dublin-verwijzing naar Zwitserland
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, maar deze is door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling genomen. De reden hiervoor was dat Zwitserland verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van het asielverzoek op grond van het Dublin-verdrag.
Tegen dit besluit heeft verzoeker beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening behandeld tijdens een zitting op 23 maart 2021, samen met een gerelateerde zaak (NL21.3586).
De voorzieningenrechter overweegt dat nu in de hoofdzaak uitspraak is gedaan, de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan op 9 april 2021 door de voorzieningenrechter B. Fijnheer, in aanwezigheid van griffier T.R. Oosterhoff-Vos. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.