ECLI:NL:RBDHA:2021:15632
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ongeloofwaardigheid homoseksualiteit en gegrondheid vreemdelingenwet
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van zijn homoseksualiteit en de daaruit voortvloeiende problemen in zijn thuisland. Hij stelde dat hij vanwege zijn seksuele geaardheid bedreigd werd door dorpsgenoten, een geheim genootschap en de Nigeriaanse overheid. Daarnaast stelde hij dat hij was aangevallen en vergiftigd.
Verweerder oordeelde dat alleen het eerste element van het asielrelaas geloofwaardig was, terwijl de rest ongeloofwaardig werd bevonden. De rechtbank concludeerde dat eiser vaag en oppervlakkig verklaarde over zijn gevoelens en geen authentiek verhaal gaf over zijn homoseksualiteit. Ondanks meerdere gelegenheden om zijn verhaal aan te vullen, bleef het onvoldoende concreet en consistent.
De rechtbank overwoog dat verweerder voldoende rekening had gehouden met het culturele referentiekader van eiser en dat de legale uitreis uit Nigeria het verhaal verder ondermijnde. Het beroep werd daarom afgewezen als kennelijk ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep op asiel wordt ongegrond verklaard en de aanvraag verblijfsvergunning afgewezen wegens ongeloofwaardigheid.