ECLI:NL:RBDHA:2021:15627
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
De eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser stelde dat hij eerder op 6 januari 2021 een asielverzoek in Duitsland had ingediend, terwijl de Duitse registratie 27 januari 2021 vermeldt. De rechtbank oordeelde dat verweerder mocht uitgaan van het Eurodac-resultaat en dat eiser onvoldoende onderbouwing bood om dit te betwisten.
Daarnaast voerde eiser aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer geldt vanwege de coronapandemie en rechts-extremistisch geweld in Duitsland. De rechtbank achtte deze argumenten onvoldoende onderbouwd en vond dat verweerder terecht van het vertrouwensbeginsel uitging. Ook de stelling dat overdracht naar Duitsland een onevenredige hardheid zou zijn, werd verworpen omdat eiser onvoldoende aannemelijk maakte dat hij niet beschermd kan worden door Duitse autoriteiten.
Ten slotte stelde eiser dat vanwege het reisadvies van de Minister van Buitenlandse Zaken overdracht niet mogelijk zou zijn. De rechtbank oordeelde dat dit reisadvies geen praktische belemmering vormt voor overdracht volgens de Dublinverordening. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.