Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiseres] , eiseres
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Beslissing
Overwegingen
.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, met de Braziliaanse nationaliteit, verbleef langer dan de toegestane vrije termijn van 90 dagen in Nederland en kreeg daarom een terugkeerbesluit opgelegd op grond van artikel 62a van de Vreemdelingenwet. Zij maakte bezwaar tegen dit besluit en voerde aan dat haar oorspronkelijke terugvlucht was geannuleerd vanwege de coronapandemie, waardoor zij niet tijdig kon vertrekken.
Eiseres had contact gezocht met de Nederlandse autoriteiten, die haar geruststelden dat er geen sprake was van illegaal verblijf, waardoor zij geen verlenging van de verblijfstermijn had aangevraagd. De rechtbank stelde vast dat deze feiten niet door verweerder werden betwist.
De rechtbank overwoog dat op grond van de Terugkeerrichtlijn (artikel 6, vierde lid) eiseres gerechtvaardigd mocht vertrouwen op toestemming tot verblijf, ondanks het dwingende karakter van het terugkeerbesluit in de Vreemdelingenwet. Er waren geen zwaarder wegende belangen die het beroep op het vertrouwensbeginsel konden blokkeren. Daarnaast woog mee dat eiseres op eigen initiatief contact had gezocht met de autoriteiten en zo snel mogelijk was teruggekeerd zodra dat mogelijk was.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het terugkeerbesluit en veroordeelde verweerder tot betaling van de proceskosten van eiseres. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit is gegrond verklaard en het besluit vernietigd.