ECLI:NL:RBDHA:2021:15585
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens internationale bescherming in Bulgarije
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel in Nederland. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag niet-ontvankelijk verklaard omdat verzoeker in Bulgarije internationale bescherming heeft gekregen.
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening behandeld samen met een vergelijkbare zaak op 16 maart 2021, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet aanwezig waren.
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat een voorlopige voorziening niet langer nodig is omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL21.2992). Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter L.A. Banga en griffier T.R. Oosterhoff-Vos op 25 maart 2021. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.