ECLI:NL:RBDHA:2021:15527
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure na uitspraak in beroep
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 11 februari 2021 besloten de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling te nemen. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter.
De zitting vond plaats op 2 maart 2021, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet verschenen, terwijl de gemachtigde van verweerder wel aanwezig was. Op dezelfde dag werd in de hoofdzaak (zaaknummer NL21.2118) uitspraak gedaan, waardoor de noodzaak voor een voorlopige voorziening kwam te vervallen.
De voorzieningenrechter heeft daarom het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg en is op 5 maart 2021 bekendgemaakt. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep in de hoofdzaak is beslist.