Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser], eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, is sinds 10 november 2020 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het beroep inhoudelijk beoordeeld.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin de rechtmatigheid van de maatregel tot het sluiten van het onderzoek werd bevestigd. Eiser voerde aan dat er geen redelijk vooruitzicht op uitzetting is, mede vanwege eerdere opheffingen van bewaring in 2016 en 2018. Verweerder stelde dat het uitzettingstraject nog loopt en dat eiser onvoldoende meewerkt aan zijn vertrek, ondanks herhaalde oproepen en vertrekgesprekken.
De rechtbank concludeert dat eiser niet actief meewerkt aan zijn uitzetting, waardoor het zicht op uitzetting niet is komen te vervallen. Ook het beroep dat een lichter middel had moeten worden toegepast, wordt verworpen omdat eiser niet bereid is vrijwillig te vertrekken en de maatregel noodzakelijk wordt geacht om zijn vertrek te realiseren. Tenslotte weegt de rechtbank mee dat de coronamaatregelen de bewaring niet disproportioneel maken. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.