ECLI:NL:RBDHA:2021:15499
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake overdracht Dublinverordening
Verzoeker heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning regulier als alleenstaande minderjarige vreemdeling, welke is afgewezen met een inreisverbod. Na bezwaar en beroep is de overdracht van verzoeker aan België in het kader van de Dublinverordening gepland. Verzoeker vroeg een voorlopige voorziening om deze overdracht te voorkomen, stellende dat hij geen verblijfsrecht meer heeft en het beroep in Nederland wil afwachten.
De voorzieningenrechter overweegt dat onverwijlde spoed ontbreekt omdat geen uitzetting naar Afghanistan dreigt, maar slechts een overdracht aan België. De rechtbank heeft reeds geoordeeld dat België verantwoordelijk is voor de asielaanvraag. Verzoeker heeft geen gronden tegen de overdracht gesteld.
De belangen van verweerder bij overdracht wegen zwaarder dan het belang van verzoeker om het beroep in Nederland af te wachten. Verzoeker kan digitaal vanuit België deelnemen aan de zitting. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed en rechtmatigheid van de overdracht aan België.