ECLI:NL:RBDHA:2021:15136
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang bij omgevingsvergunning
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Westland om aan derde-partij een omgevingsvergunning te verlenen voor het oprichten van een bedrijfsverzamelgebouw en het aanleggen van een in-/uitrit.
De voorzieningenrechter overweegt dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen indien onverwijlde spoed dat vereist. Verzoekster stelt dat een onomkeerbare situatie dreigt doordat het pand gerealiseerd wordt zonder te voldoen aan de parkeernormen.
De voorzieningenrechter constateert echter dat het gebouw pas in mei 2022 in gebruik wordt genomen en dat er geen acute noodsituatie is die onmiddellijke voorziening rechtvaardigt. Daarom ontbreekt het spoedeisend belang.
Het verzoek wordt afgewezen en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.