Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het veroek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De vreemdeling werd op 22 januari 2021 de toegang tot Nederland geweigerd op grond van een reeds gebruikt eenmalig Schengenvisum, en kreeg tegelijkertijd een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. De vreemdeling voerde aan dat hij geen toegang tot Nederland wenste en dat het besluit onterecht was, evenals de vrijheidsontnemende maatregel die volgens hem te zwaar was en te lang duurde door Covid-gerelateerde vluchtannuleringen en testproblemen.
De rechtbank oordeelde dat de toegangsweigering terecht was omdat de vreemdeling niet meer in het bezit was van een geldig visum, hetgeen hij zelf erkende. Het betoog dat hij geen toegang wenste en dat er onvoldoende onderzoek was verricht, faalde. Ook de vrijheidsontnemende maatregel was rechtmatig omdat deze kon worden opgelegd zonder dat een onttrekkingsrisico vereist is en omdat er geen bijzondere omstandigheden waren om een lichter middel toe te passen.
De rechtbank verwierp het argument dat verweerder onvoldoende voortvarend had gehandeld bij de verwijdering, aangezien de Covid-gerelateerde problemen buiten diens invloedsfeer lagen en de vreemdeling al op 4 februari 2021 kon vertrekken. Het beroep tegen beide besluiten werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de toegangsweigering en de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.