ECLI:NL:RBDHA:2021:15091

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 december 2021
Publicatiedatum
10 januari 2022
Zaaknummer
AWB 21/2964
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Rechters
  • J.M. Janse van Mantgem
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:15 AwbArt. 5 Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekersArt. 8:57 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens ontbreken besluit

Eiser stelde dat verweerder op 6 april 2021 een dagkaart had geweigerd en dat verweerder weigerde deze weigering schriftelijk te bevestigen. Eiser diende een bezwaarschrift in, dat door verweerder als beroep bij de rechtbank werd ingediend. Het beroep werd op 6 juli 2021 ingetrokken, met het verzoek om proceskostenvergoeding.

De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van een besluit waarop het beroep betrekking had, waardoor het beroep niet-ontvankelijk zou zijn verklaard. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend en partijen maakten geen gebruik van hun hoorrecht.

Op grond van artikel 8:75a Awb kan bij intrekking van het beroep proceskostenvergoeding worden gevraagd indien het bestuursorgaan aan verzoeker tegemoet is gekomen. De rechtbank zag echter geen aanleiding om proceskosten toe te kennen en wees het verzoek af.

De uitspraak is gedaan door rechter J.M. Janse van Mantgem en griffier N. Joacim op 30 december 2021. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na verzending.

Uitkomst: Verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat geen sprake is van een besluit en het beroep niet-ontvankelijk zou zijn.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 21/2964

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 december 2021 in de zaak tussen

[eiser] ,geboren op [geboortedatum] 1988, van Syrische nationaliteit, V-nummer: [#] , eiser
(gemachtigde: mr. J.E. Groenenberg),
en

het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, verweerder

Procesverloop

Verweerder heeft, naar eiser stelt, op 6 april 2021 een dagkaart geweigerd.
Eiser stelt dat verweerder mondeling heeft geweigerd de mondelinge weigering van de dagkaart schriftelijk te bevestigen.
Eiser heeft op 6 april 2021 een bezwaarschrift gericht tegen deze weigering ingediend bij verweerder.
Op grond van artikel 6:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) heeft verweerder bij brief van 12 mei 2021 dit bezwaar ingevolge artikel 5, eerste lid, Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers ter verdere behandeling als beroep aan deze rechtbank doorgezonden.
Het beroep is bij brief 6 juli 2021 ingetrokken. Tegelijk met de intrekking van het beroep is verzocht om verweerder ingevolge artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb bij afzonderlijke uitspraak te veroordelen in de kosten van de procedure bij de rechtbank.
De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Verweerder heeft niet gereageerd.
Nadat partijen zijn gewezen op hun recht ter zitting te worden gehoord en niet hebben verklaard gebruik te willen maken van dat recht, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten. De rechtbank doet uitspraak met toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Awb.

Overwegingen

1. In geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen, kan ingevolge artikel 8:75a Awb het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten worden veroordeeld. Het verzoek wordt gedaan tegelijk met de intrekking van het beroep.
2. In dit geval is geen sprake van een besluit. Het hiertegen gerichte beroep zou niet-ontvankelijk zijn verklaard. De rechtbank ziet geen aanleiding voor vergoeding van de proceskosten.

BeslissingDe rechtbank wijst het verzoek om verweerder te veroordelen in de proceskosten af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Janse van Mantgem, rechter, in aanwezigheid van N. Joacim, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.