Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 december 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de minister van Defensie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Het beroep is ongegrond.
Rechtbank Den Haag
Eiser, die in de periode november 2017 tot oktober 2020 een functie vervulde met de rang van kapitein, stelt dat zijn werkzaamheden sinds januari 2019 overeenkomen met die van een unit manager, een functie die volgens de standaard functiebeschrijving gekoppeld is aan de rang van majoor. Hij vordert daarom een waardering in rang van majoor vanaf die datum.
Verweerder heeft de functienaam aangepast naar unit manager maar de rang kapitein gehandhaafd, gebruikmakend van het functiewaarderingssysteem FUWADEF 2014. Dit systeem kent een somscore toe aan functies, waarbij bij een score van 47 sprake is van overlappende rangbrackets voor kapitein en majoor. Verweerder heeft op basis van beleidsfactoren gekozen voor rang kapitein om gelijkheid tussen burgers en militairen te waarborgen.
De rechtbank overweegt dat de waardering van functies een discretionaire bevoegdheid is die terughoudend wordt getoetst. Gezien de toelichting en de consistentie met eerdere invullingen van de functie acht de rechtbank de waardering in rang kapitein redelijk. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de waardering van de functie unit manager in rang kapitein.