ECLI:NL:RBDHA:2021:14746
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid beroep in vreemdelingenzaak ongegrond verklaard
In deze bestuursrechtelijke vreemdelingenzaak heeft opposant verzet ingesteld tegen de uitspraak van 6 mei 2021, waarin het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens te late indiening. Opposant betoogde dat de te late ontvangst van het beroepschrift niet voor zijn risico kwam en dat de termijn onjuist werd berekend vanaf de bekendmaking van de uitspraak.
Opposant voerde aan dat de lange verzendtijd naar Nederland, mede veroorzaakt door de COVID-19-pandemie en de daaruit voortvloeiende crisis, gezondheid en financiële chaos, de vertraging verklaart. Tevens verzocht opposant om vervanging van visa voor alle gezinsleden.
De rechtbank oordeelde dat het voorbeeld van de verzendtijd onvoldoende verklaart waarom het beroepschrift meer dan een maand te laat werd ontvangen. De stelling van ernstige crisis en chaos werd onvoldoende onderbouwd. Daarom bleef het oordeel van 6 mei 2021 in stand en werd het verzet ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en hoger beroep is niet mogelijk.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt ongegrond verklaard.