ECLI:NL:RBDHA:2021:14616
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij beroep tegen afwijzing EU-verblijfsvergunning langdurig ingezetenen
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin het bezwaar tegen de afwijzing van een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen ongegrond werd verklaard. Tegelijkertijd verzocht verzoeker om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat bij uitspraak van 16 december 2021 in de hoofdzaak (zaaknummer AWB 21/3152) reeds een beslissing is genomen op het beroep. Hierdoor is een voorlopige voorziening niet meer nodig.
Op grond hiervan is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.