ECLI:NL:RBDHA:2021:14487
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding bij intrekking bijstandsuitkering
Eiser had bezwaar gemaakt tegen het besluit van verweerder om zijn recht op bijstand met ingang van 10 februari 2020 in te trekken en een bedrag terug te vorderen. Het bezwaar werd echter niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet binnen de wettelijke termijn van zes weken was ingediend.
Eiser stelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege zijn verblijf in het buitenland door de coronapandemie en psychische problemen die hem verhinderden tijdig bezwaar te maken. De rechtbank oordeelde dat ondanks de moeilijke omstandigheden eiser vanuit het buitenland contact heeft gehad met verweerder en geen medische onderbouwing heeft geleverd die zijn onvermogen aantoont.
De rechtbank concludeerde dat eiser de termijnoverschrijding niet verschoonbaar heeft gemaakt en dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard. Een inhoudelijke behandeling van het primaire besluit is daardoor niet aan de orde. Het beroep is ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de intrekking van de bijstandsuitkering is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening en de termijnoverschrijding is niet verschoonbaar.