ECLI:NL:RBDHA:2021:14438
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag ambtenaar na meenemen voorwerp uit container van ander bedrijf tijdens diensttijd
Eiser was sinds 2002 werkzaam als technisch medewerker bij het Veegbedrijf van de gemeente Den Haag. Op 6 juli 2019 nam hij tijdens werktijd en in dienstkleding een voorwerp uit een vergrendelde container van een ander bedrijf op het afvalterrein. Verweerder heeft hem daarop ontslagen wegens schending van de regels en verlies van vertrouwen.
Eiser betoogde dat hij de container betrad om te controleren of er iets aan de hand was en het voorwerp meenam voor zijn gehandicapte zoon, maar dit niet gebruikte. Hij stelde dat het ontslag een te zware straf was gezien zijn lange dienstverband en persoonlijke omstandigheden. Verweerder handhaafde het ontslag en vond het gedrag onacceptabel.
De rechtbank oordeelde dat het gedrag ernstig genoeg was voor ontslag en dat verweerder terecht het vertrouwen in eiser had verloren. Echter, verweerder had onvoldoende gemotiveerd waarom de persoonlijke omstandigheden van eiser niet tot een lichtere straf leidden, wat in strijd is met het motiveringsbeginsel.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen van het ontslagbesluit in stand. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het ontslag blijven in stand.