ECLI:NL:RBDHA:2021:14334
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen besluit opschorting vertrek op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor opschorting van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet af te wijzen. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting op 10 december 2021 gehouden en direct uitspraak gedaan.
De staatssecretaris baseerde het bestreden besluit op het advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) van 9 juni 2021, waarin is vastgesteld dat verzoeker medische klachten heeft en daarvoor medicatie gebruikt, maar dat het staken van deze behandeling niet leidt tot een medische noodsituatie op korte termijn. Tevens is vastgesteld dat verzoeker medisch gezien in staat is om zonder aanvullende voorzieningen te reizen.
De rechtbank vond geen aanleiding om aan de juistheid of volledigheid van het BMA-advies te twijfelen. De persoonlijke beleving van verzoeker en de in beroep overgelegde ziekenhuisafspraak na het bestreden besluit boden geen concrete aanknopingspunten om het advies ter discussie te stellen. Ook het beroep op het arrest Paposhvili en de artikelen 5 en 6 van de Terugkeerrichtlijn faalde. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van opschorting van vertrek wordt ongegrond verklaard.