ECLI:NL:RBDHA:2021:14317
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsing tenuitvoerlegging gevangenisstraf in afwachting herzieningsverzoek
Eiser is bij arrest van het gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden wegens valsheid in geschrifte, met een verworpen cassatieberoep. Na oproep om de straf te ondergaan, maakte eiser bezwaar en stelde beroep in bij de RSJ, dat ongegrond werd verklaard. Tevens diende eiser een herzieningsverzoek en een gratieverzoek in, waarbij ook een verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging werd gedaan.
De voorzieningenrechter beoordeelde de ontvankelijkheid van het kort geding en oordeelde dat eiser ontvankelijk is, omdat de RSJ niet de argumenten omtrent schorsing in verband met het herzieningsverzoek heeft getoetst en de Hoge Raad niet verplicht is snel te beslissen op een schorsingsverzoek.
Inhoudelijk stelde de rechter vast dat de vordering alleen toewijsbaar is indien met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid het herzieningsverzoek tot een positief resultaat zal leiden. Dit werd verworpen vanwege duidelijke verschillen tussen de casus van eiser en een soortgelijke zaak waarin de Hoge Raad het arrest had gecasseerd.
De rechtbank veroordeelde eiser in de proceskosten en wees het verzoek tot schorsing af.
Uitkomst: Verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf wordt afgewezen.