ECLI:NL:RBDHA:2021:14224

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 december 2021
Publicatiedatum
22 december 2021
Zaaknummer
NL21.17406
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:54 AwbArt. 26 Dublinverordening (verordening nr. 604/2013)
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen overdracht aan Duitse autoriteiten wegens Dublinverordening niet-ontvankelijk verklaard

Eiseres is door verweerder overgedragen aan de Duitse autoriteiten omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van haar asielaanvraag op grond van de Dublinverordening. Eiseres stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank beoordeelde het beroepschrift en constateerde dat het geen gronden van beroep bevatte, een vereiste volgens artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De rechtbank gaf eiseres de mogelijkheid om dit verzuim binnen vijf werkdagen te herstellen, maar zij diende geen gronden binnen de gestelde termijn in. Pas na het verstrijken van deze termijn verzocht eiseres om een nadere termijn vanwege een vergissing op het kantoor van haar gemachtigde. Dit werd niet als een geldige reden gezien om het verzuim te herstellen.

Daarom verklaarde de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter J.F.I. Sinack en griffier S.D.C.J. Verheezen en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep van eiseres is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden in het beroepschrift.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL21.17406
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiseres

v-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. E. Gorsselink),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Procesverloop

Bij besluit van 20 oktober 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder bepaald dat eiseres wordt overgedragen aan de Duitse autoriteiten, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van haar asielaanvraag.1
Eiseres heeft hiertegen beroep ingesteld.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 6:5, eerste lid, onder d, van de Awb bevat het beroepschrift de gronden van beroep. Indien niet aan dit vereiste is voldaan, kan op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard, mits eiseres de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een haar daartoe gestelde termijn.
2. De rechtbank stelt vast dat het beroepschrift van eiseres geen gronden bevat. De rechtbank heeft eiseres bij brief van 5 november 2021 hierop gewezen en haar in de gelegenheid gesteld om het verzuim te herstellen binnen vijf werkdagen na de verzending van de brief. Daarbij is eiseres erop gewezen dat het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard als de gronden niet binnen de gestelde termijn worden ingediend. Eiseres heeft geen gronden ingediend binnen de gestelde termijn. Eerst op 7 december 2021, dus ruim na het verstrijken van de termijn voor het herstellen van het verzuim, heeft eiseres verzocht om een nadere termijn voor het indienen van gronden. Daarbij is gewezen op – kort gezegd – een vergissing op het kantoor van de gemachtigde van eiseres. Dit zijn geen feiten of
1. Op grond van artikel 26, eerste lid, van de Dublinverordening (verordening nr. 604/2013).
omstandigheden die maken dat het niet-herstellen van het verzuim niet aan eiseres kan worden toegerekend. Er is dan ook niet voldaan aan de eisen van artikel 6:5 van Pro de Awb.
3. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.