ECLI:NL:RBDHA:2021:14103

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 december 2021
Publicatiedatum
21 december 2021
Zaaknummer
NL21.17408
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:54 AwbArt. 26 Dublinverordening (verordening nr. 604/2013)
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen overdracht aan Franse autoriteiten op grond van Dublinverordening niet-ontvankelijk verklaard

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 27 oktober 2021 waarbij zij werd overgedragen aan de Franse autoriteiten, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van haar asielaanvraag op grond van de Dublinverordening.

De rechtbank constateerde dat het beroepschrift geen gronden bevatte, zoals vereist op grond van artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Eiseres is hierover geïnformeerd en kreeg een termijn van vijf werkdagen om dit te herstellen, maar heeft hier geen gehoor aan gegeven. Pas na het verstrijken van deze termijn verzocht zij om een nadere termijn, waarbij een vergissing op het kantoor van haar gemachtigde werd aangevoerd, wat niet voldoende was om het verzuim niet aan haar toe te rekenen.

Daarom verklaarde de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter B.F.Th. de Roos en griffier S.C. Spruijt en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep tegen het overdrachtsbesluit aan Frankrijk is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden binnen de gestelde termijn.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL21.17408

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiseres

v-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. J.H.M. Handring),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Procesverloop

Bij besluit van 27 oktober 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder bepaald dat eiseres wordt overgedragen aan de Franse autoriteiten, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van haar asielaanvraag. [1]
Eiseres heeft hiertegen beroep ingesteld.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 6:5, eerste lid, onder d, van de Awb bevat het beroepschrift de gronden van beroep. Indien niet aan dit vereiste is voldaan, kan op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard, mits eiseres de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een haar daartoe gestelde termijn.
2. De rechtbank stelt vast dat het beroepschrift van eiseres geen gronden bevat. De rechtbank heeft eiseres bij brief van 5 november 2021 hierop gewezen en haar in de gelegenheid gesteld om het verzuim te herstellen binnen vijf werkdagen na de verzending van de brief. Daarbij is eiseres erop gewezen dat het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard als de gronden niet binnen de gestelde termijn worden ingediend. Eiseres heeft geen gronden ingediend binnen de gestelde termijn. Eerst op 7 december 2021, dus ruim na het verstrijken van de termijn voor het herstellen van het verzuim, heeft eiseres verzocht om een nadere termijn voor het indienen van gronden. Daarbij is gewezen op – kort gezegd – een vergissing op het kantoor van de gemachtigde van eiseres. Dit zijn geen feiten of omstandigheden die maken dat het niet-herstellen van het verzuim niet aan eiseres kan worden toegerekend. Er is dan ook niet voldaan aan de eisen van artikel 6:5 van Pro de Awb.
3. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Spruijt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 26, eerste lid, van de Dublinverordening (verordening nr. 604/2013).