ECLI:NL:RBDHA:2021:14036
Rechtbank Den Haag
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over onvoldoende belangenafweging bij aanvraag mvv nareis Eritrese minderjarige kinderen
Eisers, drie minderjarige Eritrese kinderen, vroegen om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis bij hun broer, de referent, die in Nederland verblijft met een asielvergunning. De staatssecretaris wees de aanvraag af, met het argument dat er geen sprake is van een bijzondere gezinsband die het gezinsleven beschermt onder artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank constateert dat er wel sprake is van gezinsleven tussen de minderjarige broers en zussen en de referent.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris in zijn belangenafweging onvoldoende de belangen van de minderjarige eisers heeft betrokken, zoals het belang van het kind, de impact van het voortzetten van het gezinsleven op afstand, en de bijzondere omstandigheden zoals het overlijden van de moeder en het verblijf in een vreemd land. Ook is onvoldoende aandacht besteed aan de financiële situatie en de bijdrage van de zus in Nederland.
De rechtbank wijst op vaste jurisprudentie van het EHRM dat het belang van het kind een centrale rol moet spelen in beslissingen over gezinshereniging. De staatssecretaris krijgt de gelegenheid om het gebrek in de motivering te herstellen binnen een termijn van acht weken. Tot die tijd worden verdere beslissingen aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank draagt op het gebrek in de belangenafweging te herstellen en houdt verdere beslissing aan.