ECLI:NL:RBDHA:2021:13957
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsrecht op grond van onvoldoende zorg- en opvoedtaken volgens arrest Chavez-Vilchez
Eiser, een Sierra Leoonse nationaliteit dragende vreemdeling, verzocht om een verblijfsdocument op grond van artikel 9, eerste lid, van de Vreemdelingenwet, waarbij hij zich beroept op het arrest Chavez-Vilchez en de Nederlandse nationaliteit van zijn twee minderjarige zonen. De aanvraag werd afgewezen omdat eiser niet heeft aangetoond dat hij daadwerkelijke en substantiële zorg- en opvoedtaken verricht voor zijn kinderen, noch dat er een zodanige afhankelijkheidsrelatie bestaat dat de kinderen gedwongen zouden worden de EU te verlaten als aan hem geen verblijfsrecht wordt toegekend.
De rechtbank overweegt dat het arrest Chavez-Vilchez vereist dat een derdelander die verblijfsrecht wil ontlenen aan een minderjarig EU-kind moet aantonen dat hij een zodanige afhankelijkheidsrelatie heeft met het kind dat het kind gedwongen wordt de EU te verlaten bij weigering van verblijf. De overgelegde stukken, waaronder een ouderschapsplan en enkele foto’s en berichten, zijn onvoldoende om daadwerkelijke zorg- en opvoedtaken aan te tonen. De moeder van de kinderen woont met hen en oefent het ouderlijk gezag uit.
Verder is het beroep op artikel 8 EVRM Pro verworpen omdat dit niet leidt tot afgifte van het gevraagde EU-document. Ook het bezwaar dat verweerder ten onrechte heeft afgezien van nader horen is ongegrond, omdat het bezwaar op voorhand geen kans van slagen had. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat hij daadwerkelijke zorg- en opvoedtaken verricht voor zijn minderjarige Nederlandse kinderen.