Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
zaaknummer: SGR 20/6661
Rechtbank Den Haag
Eiser maakte bezwaar tegen de legesheffing van €68,- voor het verlengen van zijn jachtakte, omdat hij deze onrechtmatig en onredelijk vond. Verweerder wees het bezwaar af en stelde dat de leges gebaseerd zijn op wettelijke grondslagen in de Wet natuurbescherming en de Regeling natuurbescherming. De rechtbank bevestigde dat het verlengen van een jachtakte onder de legesheffing valt en dat het bedrag niet onevenredig is.
Daarnaast stelde eiser dat de beslistermijn op zijn bezwaarschrift was overschreden, mede doordat het bezwaar onterecht was doorgestuurd naar het Ministerie van Justitie en Veiligheid. De rechtbank oordeelde dat deze doorzending de beslistermijn niet schortte en dat verweerder daardoor een dwangsom verschuldigd is over de periode van 1 tot en met 8 september 2020.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit voor zover het geen dwangsom toekende, stelde zelf de dwangsom vast op €184,- en veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. Het beroep werd daarmee gegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de legesheffing maar kent een dwangsom toe wegens te late beslissing op het bezwaarschrift.