Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit dragende man, diende een asielaanvraag in met het argument dat hij vanwege zijn homoseksualiteit in Nigeria problemen ondervindt. Na een eerdere overdracht aan Italië die niet plaatsvond, werd Nederland verantwoordelijk voor de behandeling van zijn aanvraag.
De rechtbank beoordeelde het asielrelaas van eiser, waarbij verweerder de homoseksualiteit en de problemen die eiser stelt te hebben ervaren ongeloofwaardig achtte vanwege summiere, vage en tegenstrijdige verklaringen. Eiser voerde aan dat hij een langdurige geheime liefdesrelatie had en dat zijn gevoelens niet gekozen waren, ondersteund door bewijs van LHBTI-bijeenkomsten.
De rechtbank concludeerde dat eiser tegenstrijdig had verklaard over de betrapping door familieleden en de duur van zijn verblijf bij zijn tante, wat de geloofwaardigheid van zijn verhaal aantastte. Daarnaast was de onderbouwing van zijn seksuele gerichtheid onvoldoende diepgaand en overtuigend.
Gelet op deze overwegingen achtte de rechtbank het beroep ongegrond en wees het af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.