ECLI:NL:RBDHA:2021:13702
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende bewijs familierechtelijke relatie en beschermenswaardig gezinsleven
Eisers hebben een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met het doel verblijf als familie- of gezinslid. De aanvraag werd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen wegens het niet aantonen van identiteit en familierechtelijke relatie met de referent, de broer van hun overleden vader.
De rechtbank oordeelt dat hoewel eisers identiteit met indicatieve documenten aannemelijk is gemaakt, de familierechtelijke relatie met de referent en hun biologische ouders onvoldoende is aangetoond. De overgelegde doopaktes en schriftelijke verklaringen ontberen indicatieve waarde en bevatten tegenstrijdigheden.
Daarnaast is niet vastgesteld dat er sprake is van een beschermenswaardig gezinsleven zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank vindt dat de relatie tussen eisers en referent niet voldoet aan de criteria van hechte persoonlijke banden of een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie.
Tot slot is geoordeeld dat het achterwege laten van een hoorzitting van de referent in bezwaar niet onrechtmatig was, gezien de duidelijkheid van de zaak en eerdere mogelijkheden tot toelichting. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.