ECLI:NL:RBDHA:2021:13697
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens ontbreken van rechtsbijstand
Eiser werd op 23 november 2021 in bewaring gesteld op grond van de Dublin-grondslag. Tijdens de procedure onttrok de gemachtigde zich op 29 november 2021 aan de rechtsbijstand, waarna de Raad voor de Rechtsbijstand geen nieuwe advocaat inschakelde om eiser bij te staan. De rechtbank constateert dat eiser vanaf dat moment geen rechtsbijstand heeft gehad, wat een essentiële waarborg is voor een fair trial in bewaringsprocedures.
Hoewel de rechtbank ambtshalve de rechtmatigheid van de bewaring heeft onderzocht en geen gebreken vond in de oplegging en voortduring tot 29 november, acht zij het ontbreken van rechtsbijstand vanaf dat moment zodanig ernstig dat de maatregel van aanvang af onrechtmatig is. De rechtbank wijst op het recht op rechtsbijstand zoals verankerd in het Unierecht en het EVRM, en onderstreept dat de Raad voor de Rechtsbijstand had moeten zorgen voor vervangende rechtsbijstand.
De rechtbank wijst het standpunt van verweerder af dat het gedrag van eiser de onttrekking van de gemachtigde rechtvaardigt en benadrukt dat ook bij grensoverschrijdend gedrag het recht op rechtsbijstand blijft gelden. De rechtbank kent eiser een schadevergoeding van €1.000 toe voor tien dagen onrechtmatige vrijheidsontneming en veroordeelt de Staat tot betaling van proceskosten aan de voormalige gemachtigde.
Uitkomst: De maatregel van vreemdelingenbewaring wordt onrechtmatig verklaard vanwege het ontbreken van rechtsbijstand en eiser krijgt een schadevergoeding van €1.000 toegekend.