Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 23 november 2021 in de zaak tussen
[naam eiser] , eiser, en [naam eiseres] , eiseres (hierna samen: eisers),
Procesverloop
met terugwerkende krachtis afgeschaft. Het bepaalde in artikel 3.103 van het Vb kan daaraan niet afdoen (zie overweging 6.2. van de uitspraak van 4 augustus 2020). Daarnaast blijft de rechtbank bij haar oordeel, onder verwijzing naar overweging 5.3. in haar uitspraak van 4 augustus 2020, dat de uitzonderingsbepaling – dat verweerder niet tegenwerpt dat door en namens de vreemdeling geen asielaanvraag is ingediend als een ouder van de vreemdeling een asielaanvraag heeft ingediend én de vreemdeling na de start van de asielprocedure is geboren – niet op eisers van toepassing is. Namens hen is namelijk wel een asielaanvraag ingediend. Om die reden faalt ook het beroep van eisers op het gelijkheidsbeginsel. In de zaken waarnaar zij in dit kader verwijzen waren namelijk, anders dan in hun geval, geen asielaanvragen ten behoeve van de minderjarige vreemdelingen ingediend. De zaak van eisers is daarom niet vergelijkbaar met de zaken waarop zij een beroep hebben gedaan.