ECLI:NL:RBDHA:2021:13642
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing uitkering Schadefonds Geweldsmisdrijven wegens onvoldoende bewijs opzettelijk misdrijf
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven nadat hij naar eigen zeggen was bedreigd en door een groep personen met een bierflesje was bekogeld, wat lichamelijk letsel veroorzaakte. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen wegens onvoldoende bewijs dat sprake was van een opzettelijk gepleegd misdrijf.
In het beroepsproces heeft eiser zijn verhaal herhaald en aanvullende medische klachten en psychische gevolgen aangevoerd. Verweerder handhaafde het standpunt dat de verklaring van eiser onvoldoende concreet en consistent was en dat er onvoldoende verifieerbare aanwijzingen waren.
De rechtbank heeft de stukken, waaronder politieaangifte, medische rapporten en verklaringen, beoordeeld en concludeert dat de feiten onvoldoende aannemelijk maken dat het letsel het gevolg is van een expres gepleegd misdrijf. Tegenstrijdigheden in de data en onduidelijkheid over de toedracht leiden tot afwijzing van het beroep.
De rechtbank benadrukt dat het ontbreken van een uitkering niet betekent dat eiser niet wordt geloofd, maar dat de vereiste bewijsstandaard niet is gehaald. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat eiser slachtoffer is van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf.