ECLI:NL:RBDHA:2021:13628
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid en behandeling verzoek voorlopige voorziening plaatsing evacuatielijst Afghanistan
Verzoeker, met de Afghaanse nationaliteit, is van de evacuatielijst van het ministerie van Buitenlandse Zaken geschrapt omdat hij niet aan de evacuatievoorwaarden zou voldoen. Hij maakte bezwaar en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om zijn plaatsing op de evacuatielijst te herstellen.
De voorzieningenrechter overweegt dat het plaatsen op de evacuatielijst geen feitelijke handeling is in de zin van artikel 72 lid 3 van Pro de Vreemdelingenwet, omdat het niet direct een vreemdelingenrechtelijke handeling betreft. De zaak valt daarom niet onder de vreemdelingenrechtelijke bevoegdheid van de zittingsplaats Utrecht.
Omdat de minister van Buitenlandse Zaken verantwoordelijk is voor de evacuatielijst en de zaak niet vreemdelingenrechtelijk van aard is, wordt de verdere behandeling van het verzoek overgedragen aan de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag, die bevoegd is bestuursrechtelijk te oordelen over het bezwaar en de voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter benadrukt dat het oordeel voorlopig is en geen bindende werking heeft in een eventuele beroepsprocedure. De zaak wordt verder behandeld door de bevoegde zittingsplaats Den Haag.
Uitkomst: De zaak wordt overgedragen aan de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag voor verdere behandeling.