ECLI:NL:RBDHA:2021:13499
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens niet tijdig beslissen machtiging verblijf
Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. Tijdens de procedure is het beroep ingetrokken nadat de staatssecretaris alsnog een besluit heeft genomen en daarmee aan verzoekers is tegemoetgekomen.
De rechtbank heeft op verzoek van verzoekers een proceskostenvergoeding toegewezen. Gelet op het feit dat het beroep alleen betrekking had op het niet tijdig nemen van een besluit en geen inhoudelijke beoordeling van het geschil vereiste, is de wegingsfactor 'licht' toegepast. De proceskostenvergoeding is vastgesteld op €374, inclusief vergoeding van het griffierecht van €178.
De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van deze kosten aan verzoekers. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie.
Uitkomst: De staatssecretaris is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €374 en het griffierecht van €178 aan verzoekers.