ECLI:NL:RBDHA:2021:13488
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rolstoelvervoer met begeleiding is passende voorziening onder Wmo 2015
Eiser verzocht om vergoeding voor de aanschaf van een nieuwe auto om zijn invalide zoon te vervoeren, omdat de huidige auto niet meer geschikt zou zijn. Verweerder kende een vervoersvoorziening toe in de vorm van collectief aanvullend vervoer (CAV), maar wees het bezwaar van eiser af.
Een geneeskundige adviseerde dat rolstoeltaxivervoer met begeleiding medisch geschikt en doelmatig is, mits de zoon niet lang hoeft te wachten en zijn hulpmiddelen kan meenemen. De rechtbank vond dit advies zorgvuldig en voldoende gemotiveerd, en concludeerde dat het CAV een passende voorziening is.
Eiser stelde dat de medische toestand van zijn zoon complexer en ernstiger is en dat het CAV onvoldoende is, onder meer vanwege wachttijden, vervoersbehoeften buiten schooltijden en technische staat van de eigen auto. De rechtbank vond deze argumenten onvoldoende onderbouwd en oordeelde dat de beperkingen op de datum van de beoordeling centraal staan.
De rechtbank wees het beroep af en bevestigde dat eiser op een later moment een nieuwe beoordeling kan aanvragen bij verslechtering van de gezondheidstoestand van zijn zoon.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit tot toekenning van collectief aanvullend vervoer blijft in stand.