ECLI:NL:RBDHA:2021:13487
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verplaatsing gehandicaptenparkeerplaats wegens ontbreken nieuwe feiten
Eiser heeft meerdere keren verzocht om de verplaatsing van een gehandicaptenparkeerplaats die aan hem was toegekend ten behoeve van zijn zoon. Na eerdere toewijzingen en verplaatsingen werd een nieuw verzoek in 2020 afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren ten opzichte van eerdere besluiten.
De rechtbank heeft beoordeeld of de medische verklaringen en omstandigheden die eiser aanvoerde, waaronder een verklaring van een revalidatiearts over de loopbeperking van zijn zoon, als nieuwe feiten konden worden beschouwd. De rechtbank oordeelde dat deze feiten al bekend waren en dat de verwachting van een toename van de beperking een onzekere toekomstige ontwikkeling betreft.
Verder concludeerde de rechtbank dat het besluit niet evident onredelijk was en dat eiser geen buitengewone omstandigheden had aangetoond die een andere beslissing zouden rechtvaardigen. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag tot verplaatsing van de gehandicaptenparkeerplaats is ongegrond verklaard.