Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam verzoeker], verzoeker
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker, van Burkinese nationaliteit, diende een asielaanvraag in die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen als kennelijk ongegrond. De afwijzing was gebaseerd op het oordeel dat de identiteit en herkomst van verzoeker niet geloofwaardig waren, mede in het kader van EU-vis registratie en vermoedens van misleiding.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een verwante zaak op 12 november 2021. Na beoordeling wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af, mede omdat in de hoofdzaak reeds een uitspraak was gedaan die het beroep ongegrond verklaarde.
De voorzieningenrechter zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open, waarmee de beslissing definitief is. De uitspraak is gedaan op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c, d en e, van de Vreemdelingenwet 2000.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.