ECLI:NL:RBDHA:2021:13374
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visum kort verblijf voor bijstand bij hartoperatie wegens Covid-maatregelen onterecht
Eiseres, afkomstig uit Ghana, vroeg een visum kort verblijf aan om haar dochter te kunnen bijstaan tijdens en na een noodzakelijke hartoperatie. De minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag af op grond van Covid-19 maatregelen, waarbij reizen naar de EU alleen was toegestaan bij zwaarwegende redenen.
De rechtbank oordeelde dat de minister onvoldoende had onderzocht of de situatie van eiseres viel onder zwaarwegende omstandigheden zoals bedoeld in de EU-richtsnoeren en de Nederlandse uitwerking daarvan. De ernst van de hartoperatie werd bevestigd door een cardioloog, maar de minister had nagelaten nader onderzoek te verrichten en de referente te horen.
Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en de minister opgedragen binnen vier weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; de minister moet binnen vier weken een nieuw besluit nemen.