ECLI:NL:RBDHA:2021:13103
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens kennelijk ongegronde aanvraag
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar asielaanvraag af te wijzen als kennelijk ongegrond. Zij verzocht tevens om een voorlopige voorziening om het bestreden besluit tijdelijk te schorsen.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 18 november 2021. Verzoekster was bijgestaan door een gemachtigde en een tolk was aanwezig. Na de mondelinge behandeling wees de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af, omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed op het beroep zelf. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan op het beroep.