Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[naam1], eiser, en
[naam3], [naam4] en [naam5],
Rechtbank Den Haag
Eisers, een Nigeriaans gezin, vroegen asiel aan in Nederland uit vrees dat hun dochters in Nigeria besneden zullen worden. De staatssecretaris wees de aanvragen af: de asielaanvraag van de vader werd als kennelijk ongegrond afgewezen vanwege misleiding over identiteit en twijfel over zijn verklaringen, terwijl de aanvragen van de moeder en kinderen ongegrond werden verklaard. De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat eisers onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij in Nigeria aan sociale druk om genitale verminking te ondergaan niet kunnen ontkomen.
De rechtbank nam het ambtsbericht en andere rapporten in acht, waaruit blijkt dat besnijdenis in Nigeria strafbaar is en afneemt, en dat sociale uitsluiting bij weigering niet algemeen voorkomt. Ook is het percentage besneden vrouwen in steden hoger dan op het platteland, wat niet wijst op minder druk in steden. Eisers konden niet overtuigend aantonen dat zij persoonlijk ernstige sociale druk ondervinden, mede door tegenstrijdige verklaringen over familieleden en hun rol.
De rechtbank oordeelde dat het redelijk is van de ouders te verwachten dat zij hun dochters beschermen door te wonen in gebieden zonder sociale druk. Omdat eiser misleidende informatie gaf over zijn identiteit en nationaliteit, mocht de staatssecretaris zijn aanvraag kennelijk ongegrond afwijzen en hem geen vertrektermijn toekennen. De beroepen werden ongegrond verklaard en de asielaanvragen definitief afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de asielberoepen af wegens onvoldoende aannemelijkheid van het risico op genitale verminking en misleiding over identiteit.